Verborgen verhalen #13

8 Maart 2026

Queer geschiedenissen: herinneren, helen, speculeren 

Queer geschiedenissen zijn vaak gefragmenteerd, verzwegen of uitgewist. In dit artikel verkent conservator en curator Adelheid Smit hoe textiel kan fungeren als drager van herinnering, heling en verbeelding binnen LHBTQIA+ geschiedenis. Aan de hand van de tentoonstelling Haus of fibre in het TextielMuseum laat zij zien hoe kunstenaars via co-creatie, persoonlijke verhalen en speculatieve geschiedenis verloren queer narratieven opnieuw zichtbaar maken — niet als iets nieuws, maar als iets wat er altijd al was. Lees hier het vervolg op Verborgen Verhalen #12

Photo Patty van den Elshout i.o.v. TextielMuseum-2024-034-036.jpg

Foto door Patty van den Elshout i.o.v. TextielMuseum

We waren altijd al hier

In de slaapkamer staan verschillende soorten relaties centraal en zijn verschillende voorbeelden te zien van hoe we kunstgeschiedenis herschrijven. Daarnaast wordt hier zichtbaar dat queerness altijd al onderdeel was van onze identiteit: die van het TextielMuseum in het bijzonder, maar ook van Tilburg en Brabant in bredere zin.

In onze eigen collectie is bijvoorbeeld veel werk te vinden van de kunstenaar Harry Boom. Hij was een van de meest prominente fiber arts kunstenaars in Nederland in de jaren ‘70 en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de erkenning van textiele kunst als autonome kunst. Zijn werk is veelal geïnterpreteerd in deze kunsthistorische context, waarbij er verbanden werden gelegd met bijvoorbeeld minimal art en de zero beweging, maar ook (zoals in onze vorige tentoonstelling) met fiber arts kunstenaars als Magdalena Abakanowicz. 

Harry Boom was openlijk homoseksueel, maar dit werd in tentoonstellingen en publicaties zelden tot nooit in relatie gebracht met zijn kunstenaarspraktijk. Bij ons collectieonderzoek voor tentoonstelling stuitten wij op diverse werken waarin je wel degelijk iets van zijn persoonlijke wereld zou terug kunnen lezen. Een voorbeeld hiervan is ‘Black Lover II’ uit 1972. De erotische titel van het werk wordt nog eens ondersteund door de materiaalkeuze van de kunstenaar; het leerachtige materiaal en de touwen riepen bij de co-creatiegroep associaties op met de leder en kink subcultuur.

Het was in de jaren ‘70, in een kunstwereld die nog zeer sterk gericht was op een behoorlijk masculiene beeldtaal, nog veel minder vanzelfsprekend om als kunstenaar je seksuele geaardheid inhoudelijk in je werk terug te laten komen. Denk bijvoorbeeld aan de minimal en zero kunst, waar veel kunstenaars die werkten met textiel zich ook door lieten inspireren. Deze esthetiek volgen gaf ook meer garantie dat je werk als autonome kunst werd gewaardeerd in plaats van als ‘textielkunst’. 

Door dit werk te tonen in Haus of fibre, geven we een nieuwe dimensie aan het oeuvre van Harry Boom. Ook al willen we postuum niet voor hem invullen dat het zijn bedoeling was om een minnaar in leder te representeren, toch zou je hier ‘queer coding'* in kunnen lezen en het werk daarmee openen voor bredere interpretatie.  

*Queer coding is het (al dan niet met opzet) verwerken van verwijzingen naar queerness in bijvoorbeeld films, series, kunstwerken en muziek. https://fiveable.me/key-terms/introduction-gender-studies/queer-coding 
 
Photo-Josefina Eikenaar–TextielMuseum-2025-026-056.jpg

Black Lover II (midden). Foto door Josefina Eikenaar i.o.v. TextielMuseum

We waren ook in Brabant

Achter in de slaapkamer hangt een enormquilt van 3,7 x 3,7 meter, die we hebben kunnen lenen van Het NoordBrabants MuseumDeze quilt is gemaakt door de leden van de HIV Vereniging afdeling Brabant en vormt quiltblok 16 van de Nederlandse AIDS Memorial Quilt uit 1997. 

De hiv/aidsepidemie van de jaren ’80 en ’90 heeft diepe wonden in de queer gemeenschap geslagen en echoot nog altijd na in de levens van de nabestaanden. Deze quilt was onderdeel van het internationale Names’ project, waarin door middel van quilten enorme doeken werden gecreëerd met de namen van aidsslachtoffers. Het was zowel een manier om te rouwen om geliefde overledenen, als een vorm van protest. Deze actie verspreidde zich over de hele wereld en droeg bij aan het (enigszins) verminderen van het stigma rondom de ziekte en bewerkstelligde onderzoek en betere zorg.

Deze quilt in het bijzonder toont dat dit niet een ‘randstedelijk’ fenomeen was, maar dat de hiv/aidsepidemie ook onderdeel is van de lokale, Brabantse geschiedenis, en daarmee van onze collectieve identiteit.   

Photo-Het Noordbrabants Museum-2025-026-106.jpg
Foto door Het Noordbrabants Museum

Speculatie

Zoals gezegd is veel van de geschiedenis van LHBTQIA+ mensen nooit gedocumenteerd of met opzet uitgewist. Dat maakt het soms lastig om oudere verhalen te vertellen, terwijl we dat voor deze tentoonstelling wel graag wilden doen. Voor het oudste object in ‘Haus of fibre’ staan we ons dan ook een zekere vorm van speculatie toe. Tussen de regels lezen en het suggestieve omarmen, is een belangrijke queer methode om levens zichtbaar te maken die zich niet openlijk konden of kunnen tonen

Célio Braga vond in zijn onderzoek voor de tentoonstelling een kousenband van rond 1800 in de collectie van het Rijksmuseum, die uitnodigde om een verborgen betekenis te ontrafelen. Op de kousenband staat de tekst ‘SI ME AMAS COMO DICES – LOS DOS SOMOS FELICES’, oftewel: “als je van me houdt zoals je zegt, dan zijn we beiden gelukkig”. Geen initialen, geen huwelijksdatum, geen verdere aanwijzingen voor de afzender. De boodschap is duidelijk liefdevol, maar drukt ook kwetsbaarheid en onzekerheid uit. Célio las tussen de poëtische regels dat dit wel eens een cadeau van een vrouw aan haar geheime, vrouwelijke geliefde kon zijn geweest.

Zeker weten zullen we het nooit en dat is ook niet het streven, want waarom zou je moeten bewijzen dat een historisch object van een queer persoon is geweest, als andersom heteroseksualiteit niet feitelijk vastgesteld hoeft te worden, maar gewoon een gegeven is? Het nut van deze speculatie is niet zozeer de waarheid aan het licht brengen, maar bevragen welke heteronormatieve aannames onze perceptie van de geschiedenis bepalen.* Relaties die buiten de heter-cis-norm bestaan, zijn er altijd geweest en hun geest huist wellicht in ons erfgoed, maar vooral in onze verbeeldingskracht, omdat die vriendschappen en liefdes zonder die verbeeldingskracht überhaupt niet kunnen bestaan.    

N. Sullivan en C. Middleton, ‘Queering the museum’, Abington/New York 2020, p. 28- 32: “Rather than attempting to replace erroneous views of the past with true and correct ones, a queer approach is instead concerned with problematising heteronormative ways of knowing and the inequitable effects of such, and opening up possibilities for being, knowing, doing otherwise.” (p. 32).
 
Photo-Josefina Eikenaar–TextielMuseum-2025-026-060.jpg
Kousenband. Foto door Josefina Eikenaar i.o.v. TextielMuseum

Vooruitkijken is terugkijken

Dat verbeeldingskracht, dromen en buiten bestaande kaders durven denken nodig is voor queer bestaan, toont zich het meest expliciet in de tuin. De tuin vormt een metafoor voor een queer utopie waarin LHBTQIA+ mensen niet alleen veilig zijn, maar tot bloei kunnen komen. Veel kunstenaars kiezen voor artistieke vormen die het dieren-, planten- en fungirijk verbeelden en benadrukken daarmee queerness als een natuurlijk fenomeen. 

Het werk van Damien Ajavon (hen/hun) toont dat queer toekomstvisies daarbij alsnog doordrongen zijn van queer geschiedenis. In hun ‘Sérénade EnchantéeMélody de Refuge’ installatie verkent de Senegalese, Togolese en Franse kunstenaar het fenomeen van de geheime tuin als toevluchtsoord. In een wandkleed en vloerstuk zie je een prachtige tuin vol bloemen, waar diverse performance persona van de kunstenaar te zien zijn. Centraal staat de queer fairy, de creator van dit queer paradijs. 

Damien gebruikt symbolen uit diverse culturen om hun toevluchtsoord vorm te geven. Zo refereert hen met de titel aan historische Franse tuinen (denk Versaille) en hoe die speciaal ontworpen waren om te verdwalen en je (met een minnaar?) te verschuilenTegelijkertijd waren deze tuinen grotendeels gebouwd met rijkdom die met koloniaal geweld vergaard was, en speelden vooral botanische tuinen een grote rol in het koloniale handelssysteem en diens onderdrukking.

Op de muren naast het wandkleed zijn ook keramieken Fatima handen te zien, een eeuwenoud Arabisch symbool voor bescherming. De vraag rijst voor wie deze tuin een toevluchtsoord kan zijn. De bloemen in de tuin, die zowel op het wandkleed als op het vloerstuk ‘groeien’, zijn verschillende bloemsoorten die historisch symbool staan voor bepaalde queer identiteiten. De viooltjes, lavendel en rozen in Damiens tuin staan symbool voor de lesbische, homoseksuele en trans mensen van vroegerdie de bodem vormen voor een mogelijke queer toekomst waarin zij als kin* voorouders liefdevol herinnerd zullen worden.  

Kin is een Engels woord voor “verwantschap”, een sterke band die een alternatief vormt voor biologische familie. 
 
Photo-Indy Kroon - Daily Catch-2025-026-099.jpg
Damien Ajavon in Sérénade Enchantée: Mélody de Refuge. Foto door Daily Catch i.o.v. TextielMuseum