Pronkstukken | Tafeldamast van Art Nouveau tot Amsterdamse School

8 februari 2020 t/m 17 januari 2021

Tafelgoed met motieven van papegaaien, kersentakken, vissen, lelies en pinguïns sierden de tafels in de eerste helft van de 20e-eeuw. Bekende kunstenaars als Chris Lebeau, Cornelis van der Sluys, Theo Nieuwenhuis en Jaap Gidding ontwierpen damast met bijzondere dessins geïnspireerd op de natuur.

Nederlandse ontwerpen voor tafeldamast behoren in de eerste helft van de twintigste eeuw tot de top van het Nederlandse textieldesign. Een aantal damastweverijen profileert zich in het maken van ‘artistiek’ damast, waarvoor eigentijdse ontwerpers tekenen. De linnenfabrikanten willen de kwaliteit van industriële producten op een hoger plan brengen en zoeken welbewust contact met sierkunstenaars. Voor de nieuwe patronen blijkt de Art Nouveau een geliefde stijl.

L.A. Kortenhorst, tafelgoed en patroontekening Distel en Atalanta (79), linnen, 1915 – 1924, W.J. van Hoogerwou & Zonen (Boxtel)

Dieren- en plantenmotieven

Vrouwen uit welgestelde milieus kopen elk jaar weer de mooie dessins aan van Chris Lebeau. Menige linnenkast is gevuld met stapels tafellakens en servetten van ook andere bekende ontwerpers als Cornelis van der Sluys, Theo Nieuwenhuis en Jaap Gidding. De natuur vormt een belangrijke inspiratiebron voor de ontwerpers. Patronen met papegaaien, lelies, kersentakken, vissen en pinguïns in de stijl van de Art Nouveau en later de Amsterdamse School geven een speciaal cachet aan de gedekte tafel. Zij zijn de trots van de huisvrouw.

Collectie TextielMuseum

Het TextielMuseum bezit de meest uitgebreide collectie Nederlands tafellinnen uit de eerste helft van de 20e-eeuw. De laatste jaren is onbekend en bijzonder tafelgoed uit deze perioden aan de collectie toegevoegd. De pronkstukken zijn nu uit de kast gehaald, met een luxe gedekte tafel als stralende middelpunt van de expositie.

Samenwerking Chris Lebeau en E.J.F van Dissel & Zonen

De unieke samenwerking tussen Chris Lebeau en linnenweverij Van Dissel start in 1905 en vindt zijn einde rond 1940. Meer dan 50 damastontwerpen van Lebeau zijn bekend. Zij krijgen grote waardering in de pers, vanwege de fraaie Art Nouveau stileringen. Ook Van Dissel ontvangt lof omdat het breekt met de traditie om oude patronen te kopiëren of over te nemen van buitenlandse ontwerpers of ontwerpbureaus. Lebeau ontwerpt ‘op systeem’, dat wil zeggen dat hij het vlak geometrisch ordent. De tafellakens, servetten en vingerdoekjes harmoniëren, ondanks het verschil in grootte, toch met elkaar. Hij verkleint het basisontwerp niet voor elk item, zoals gebruikelijk is, maar past de rangschikking van de motieven aan voor elk onderdeel.

Chris Lebeau, tafellaken en servetten Cyclamen (564)
uit: Het nieuwe damast van Lebeau uit de fabrieken van E.J.F. van Dissel & Zonen te Eindhoven, 1932
collectie TextielMuseum Tilburg
Foto credits campagnebeeld (gedekte tafel) bovenaan de pagina:
  • Chris Lanooy, tafelgoed ‘Vissen en pinguïns’, 1925 – 1935; Van den Briel & Verster (Eindhoven)
  • Chris van der Hoef, serviesgoed Model 4300, décor 1020, ca. 1905; Plateelbakkerij Zuid-Holland; bruikleen Serviezendomein, Utrecht
  • Glashuis Muller, Amsterdam, glasservies ‘Regina’, 1923; uitvoering Josephinen Hütte Schreiberhau; bruikleen particuliere collectie
  • H. Ellens, bestek, 1919-1920; Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerken / Koninklijke Van Kempen & Begeer, Voorschoten; bruikleen particuliere collectie