Installatie 'Vezels, bindingen en verfplanten'

Installatie 'Vezels, bindingen en verfplanten', bestaande uit zeven lange geweven banen (a=g). Deze hoog hangende banen, op de grond deels opgevouwen, hebben verschillende bindingen: de 'geknepen' wafel-, de open- en de satijnbinding. Elke baan heeft zijn kleur verkregen door hem te verven met een plantaardige kleurstof, verkregen uit heermoes, jeneverbes, berk, zuring, sporkehout, heide en boerenwormkruis. Als beitsmiddelen zijn o.a. aluin en urine gebruikt. Aan de voet van elke baan dient een glazen pot te worden geplaatst met de desbetreffende gedroogde plant erin (h=n). De namen van de planten zijn in de weefsels aan de onderzijde geborduurd.de volgorde van de banen vlnr is: wol, organisch linnen, papier, papier, abaca, hennep en linnen-mesh. Nan Groot Antink kreeg van het TextielMuseum de opdracht een autonoom werk te maken voor de museumcollectie. Zij werkte in 2015 een aantal dagen in het TextielLab aan deze opdracht, waar de professionals haar ondersteunden. Kleur is al twintig jaar een belangrijk thema in het werk van Nan Groot Antink (Boxtel, 1954). Sinds 1990 maakt de kunstenares haar eigen verven uit in- en uitheemse verfplanten, cochenille, korstmossen, modder en krijt. Het gebruik van deze grondstoffen vraagt om een ambachtelijke en experimentele manier van werken en daagt haar voortdurend uit. Dit kwam duidelijk naar voren toen we haar zagen werken aan de opdracht in het TextielLab. Om tot een keuze te komen welke verfplanten voor deze opdracht te gebruiken, is Nan Groot Antink allereerst nagegaan hoe de oorspronkelijke vegetatie op het terrein waar nu het TextielMuseum staat er uit heeft gezien. Raadpleging van plantkundigen leerde haar dat het in dit geval een heidegebied betrof. Uit de lijst van planten die hier groeiden heeft zij een achttal verfplanten geselecteerd. Vervolgens werd een keuze gemaakt voor zes verschillende natuurlijke vezels waarvan in het TextielLab stalen werden geweven. Deze stalen zijn in het atelier van de kunstenares in verfbaden met de afzonderlijke planten – waaronder jeneverbes, heide, berk en sporkehout - geverfd. Op basis hiervan kon vastgesteld worden welke combinaties van vezel en verfstof de beste resultaten opleveren. Deze bevindingen zijn uiteindelijk vertaald in een groot wandvullend werk. Vroeger kende Tilburg vele textielfabrieken. De fabrieksarbeiders spaarden hun urine in kruiken, zodat die gebruikt kon worden bij het wassen van de wollen stoffen. Ook werd urine gebruikt als beitsmiddel om stoffen te verven. Vandaar dat de Tilburgers van oudsher ‘kruikenzeikers’ worden genoemd. Nan Groot Antink liet zich inspireren door deze geschiedenis. Zij heeft urine verzameld, onder andere ‘gedoneerd’ door de mannelijke medewerkers van het TextielMuseum, die ze als beitsmiddel gebruikte bij het verven van de in het TextielLab gemaakte weefsels.
Vervaardiger
Nan Groot Antink (ontwerper/uitvoerder), Textielmuseum (opdrachtgever/uitvoerder)
Plaats
Eindhoven
Datering
2015
Objectnummer
BK1197a=n
Objectnaam
installatie, kunstwerk
Materiaal
bananenvezel, glas, hennep, katoen, linnen, papier, plant
Techniek
geborduurd, geverfd, machinaal geweven
Deelcollectie
beeldende kunst
Afmeting
breedte: 60.0 cm, lengte: 280.0 cm
Herkomst
opdracht 2015
Tentoonstelling
  • Rafelranden van schoonheid. Textielmuseum, 2016-12-03 t/m 2017-05-28
Documentatie
  • Rafelranden van schoonheid (Suzan Rüsseler)
  • Why not? Sheila Hicks & the dutch (Victoria Anastasyadis)