Stalenboeken en globalisering

Stalenboeken en globalisering

Stalenboeken vertellen vele verhalen. De textielindustrie gebruikt stalenboeken om te communiceren over en verslag te leggen van productie van textiel. Op de conferentie A Universe of Patterns : Pattern Books in the Industrial Context of the 19th and 20th Century (maart 2018) werden deze verhalen gedeeld door onderzoekers en conservatoren uit Zwitserland, Frankrijk, Duistland en Engeland. In een serie van vier blogs vertellen we deze verhalen aan de hand van de verzameling stalenboeken van het TextielMuseum.

Globalisering
We leven in een globale wereld, waarin we verbonden door handel en via digitale netwerken verbonden met de hele global village. In de vroege 19e eeuw zorgde een transportrevolutie voor een eerdere globaliseringsgolf. Door snelle stoomschepen, betere wegen en de aanleg van treinsporen en kanalen werd het economisch haalbaar om bulkgoederen zoals katoen en kolen over grote afstanden te verzenden.  De koloniale machten zoals Nederland en Engeland begonnen hun overzeese bezittingen te gebruiken als afzetmarkten voor goederen die in Europa geproduceerd werden.  

Handel
Wol en katoen werden al eeuwen over grote afstanden verhandeld. Indiase katoen werd door de VOC bijvoorbeeld gebruikt bij de handel in specerijen en pepers uit Indonesië in de 17e eeuw. Eind 19e eeuw startte Engeland met het importeren van effen katoenen doek om het te bedrukken en finishen in Engeland. Nederlandse fabrikanten volgden die voorbeeld aan het einde van de 19e eeuw. In eerste instantie waren deze bedrukte stoffen voor de Europese markt, maar de Engelsen en de Nederlanders ontdekten dat er in West Afrika en Indonesië ook vraag was naar dit textiel.  


Handwerk en industrialisering
Textiel bewerken in Indonesië en India was handwerk (sits en batik) en deze verf- en drukprocessen waren zeer tijdrovend. In Europa werd vergelijkbaar textiel op een industriële en dus veel goedkopere manier geproduceerd. In stalenboeken uit die tijd van De Leidsche Katoen Maatschappij zie je dan ook nepbatiks voor de Indonesische markt. Handelaren ontdekten dat deze stoffen ook in West Afrika, op de route naar Indonesië, geliefd waren. De motieven werden aangepast aan de vraag van de klanten uit die gebieden. Vlisco uit Helmond produceert nog steeds Dutch wax (nep batiks) voor de West Afrikaanse markt.

Ook vanuit Sankt Gallen (Zwitserland), Augsburg (Duitsland) en Manchester (Engeland) werd bedrukte textiel geëxporteerd naar landen onder Europees koloniaal bewind.  

Vanuit Nederland waren er naast Vlisco en de Leidsche Katoenmaatschappij meer bedrijven die bedrukt textiel exporteerden, zoals de Haarlemse Katoen Maatschappij. De stalenboeken  van de Haarlemse Katoen Maatschappij zijn nu in bezit Vlisco.

Meer stalenboeken in Nederland
Stalenboeken van de Leidsche Katoenmaatschappij zijn te vinden in Museum De Lakenhal in Leiden en in het TextielMuseum Tilburg. In Leiden vind je vooral stalenboeken die de productie weergeven voor communicatie naar klanten. In Tilburg hebben we de stalenboeken die in het laboratorium van de drukker zijn gemaakt, met technische uitleg en verfrecepten bij de stalen. Het Museum Rotterdam heeft een bijzondere verzameling stalenboeken van de Kralingse Katoenmaatschappij.

Meer lezen:
The ashgate companion to the history of textile workers, 1650-2000 / Lex Heerma van Voss, Els Hiemstra-Kuperus, Elise van Nederveen-Meerkerk. - Surrey : Ashgate, 2010.

Twentse tjaps / Mienke Simon Thomas en Piet den Otter. - : Textielhistorische bijdragen ;  34  (1994), p. 104-119.