De meest kenmerkende fabrieksgebouwen zijn neergezet door de Tilburgse wollenstoffenfabrikant en thuisweverszoon Christiaan Mommers (1836-1900). Het zijn een brede lage fabriek (1876-1878) met een houten sheddak, waarin de weverij was gevestigd en een hoge fabriek (1885) voor de spinnerij.
De Shed
Deze ‘shed’, het hart van het museum waarin textielmachines volop draaien, is industrieel-archeologisch gezien zeer uniek. Vrijwel alle nog bestaande sheddakconstructies in Nederland en daar buiten zijn namelijk van gietijzer. In Tilburg was toentertijd de metaalnijverheid (nog) niet tot ontwikkeling gekomen en hout diende als het gebruikelijke constructiemateriaal. De shedbouw had grote voordelen: vloerbelasting speelde geen rol en de schuin geplaatste ramen op het noorden zorgen voor een optimale lichtval. Dat was handig voor het weven.
De hoogbouw
De hoogbouw is smal en lang en heeft veel ramen. In Tilburg baarde dit gebouw destijds veel opzien. Met zijn vier bouwlagen was het namelijk het hoogste fabrieksgebouw in de stad. In de Twentse katoenindustrie stonden deze gebouwen al langer. Ze waren ontleend aan in Engeland gebruikelijke constructies voor spinzalen. Vanaf de machinekamer op het kopeinde van het gebouw was het mogelijk om op korte afstand verbindingen te maken naar alle verdiepingen.
In deze hoogbouw heeft het museum op respectievelijk de begane grond en de eerste verdieping twee (semi-)permanente exposities ingericht: een historische enscenering van een ‘Wollendekenfabriek 1900-1940’ en de multimediatentoonstelling 'Hete harten, koele koppen. Werken in de textiel 1860 tot nu.’ Op deze twee bouwlagen worden de vloeren ondersteund door fraaie gietijzeren kolommen.
De stoommachine
Een historisch artefact in het museum is ook de gereconstrueerde machinekamer (1904) met originele stoommachine. De machine is niet van de fabriek van Mommers afkomstig maar van een andere Tilburgse wollenstoffenfabriek: A & N Mutsaerts. Deze imposante machine bleek nog het meest intact. Hoewel de stoommachine uit 1906 dateert, is de gehele opstelling niet naar dit jaartal ‘teruggerestaureerd’. Zo is ook de generator met bijbehorend schakelpaneel uit 1923 opgenomen. De stoommachine die nu elektrisch wordt aangedreven zet via het originele drijfassensysteem machines uit de ‘Wollendekenfabriek’ in werking. Al deze dingen: de architectuur, de gebouwen, oorspronkelijke machines, geluiden en geuren roepen herinneringen op aan het eens zo roemrijke en voor veel mensen indringende Tilburgse textielverleden.
Het EntreeGebouw
Sinds mei 2008 heeft het Textielmuseum een nieuw eigentijds EntreeGebouw dat samen met de historische gebouwen laat zien dat museum bezoekers, ontwerpers, kunstenaars en studenten een bijzondere en gastvrije omgeving biedt in al haar facetten. Het gebouw herbergt aantrekkelijke en gastvrije horecavoorzieningen (‘bij Mommers’ en Foyer), een grote TextielShop, professionele VergaderLokalen en een Auditorium. Met als klapstuk op de bovenste verdieping een bijzonder Platvorm met een prachtig uitzicht over het gehele Mommerskwartier. Architectenbureau cepezed uit Delft is verantwoordelijk voor het ontwerp van het gebouw. Voor het interieurontwerp tekende Bas van Tol van Studio’s Müller en Van Tol uit Amsterdam.
Meer informatie over het EntreeGebouw >