Textielmuseum > Agenda

KRAAKHELDER - 100 jaar huishoudtextiel

13-03-2010 / 13-06-2010 ( x gestemd) Honderd jaar geleden was een goed gevulde 'linnenkast' de trots en zorg van vrouwen. Vooral in burgerlijke kringen is deze kast met stapels netjes gestreken en gevouwen tafellakens, servetten, lakens, slopen, droogdoeken en badhanddoeken, zelfs voorwaarde om in het huwelijksbootje te stappen. De aanstaande bruid kocht haar gehele linnenuitzet bij een linnenfabrikant. Tegenwoordig koop je wat je nodig hebt, ook als er niet wordt getrouwd.

Voor 1945: kopjesdoeken, fonteindoeken, zilverdoeken...
Bij de firma van Dijk, Manders & Co., het latere Walra uit Waalre, was het tot in de jaren 1930 mogelijk om kant en klare, 'gehele' huwelijksuitzetten te kopen van 100 tot ruim 600 stuks. Agentessen, afkomstig uit welgestelde milieus, verkochten de producten direct aan particulieren. De uitzetten bij andere firma's werden veelal gekocht per el (ca. 80-100 cm), waarna de huwelijkskandidate aan de slag ging om zelf doeken te maken. De vrouw borduurde haar monogram en nummerde de doeken. Het beddengoed bestond uit dekens en witte lakens verfraaid met ajourzomen, festonranden en ander borduurwerk.

Naast thee- en droogdoeken bestonden er allerlei andere doeken als kopjesdoeken, fonteindoeken, glazendoeken, zilverdoeken en messendoeken. De benaming van de doek was ingeweven in het product. Belangrijk was de hoogwaardige kwaliteit van het textiel. De uitzet moest een heel leven meegaan.

Kenmerkend in het begin van de twintigste eeuw zijn de linnen of halflinnen droog- en keukendoeken, geweven in blauwe en rode blokken: pellengoed genaamd. Midden jaren 1930 kwam daar verandering in. De textielontwerpster Kitty van der Mijll Dekker, werkzaam voor de firma E.J.F. van Dissel en Zonen in Eindhoven en opgeleid aan het bekende Bauhaus in Dessau (D), kreeg hier de kans om de dessins te vernieuwen. Heldere en gewaagde kleuren als geel, groen, oranje, roze, paars en zwart vervingen het traditionele rood en blauw.
Van Dissel verkocht haar huishoudtextiel met behulp van vertegenwoordigers. In tegenstelling tot de agentessen waren zij in dienst van de firma en werkten niet op provisiebasis. Deze fabriek en andere weverijen openden verkoopkantoren of monsterkamers in steden als Den Haag, Amsterdam en’s-Hertogenbosch.

De jaren 1950-1990: naar een vrijere, heldere vormgeving
Vanaf de jaren 1950 kreeg het huishoudtextiel een steeds vrijere vormgeving. Kitty van der Mijll Dekker en de sierkunstenaar Chris Lebeau hadden een voorhoederol vervuld in het vernieuwen van het huishoudgoed. Een nieuwe generatie ontwerpers, opgeleid aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, waaraan Van der Mijll Dekker als docente was verbonden, verscheen op het toneel. Bekende namen zijn Ben Schurink en Erica de Ruiter.
Ben Schurink ontwierp felgekleurd, voornamelijk geruit, huishoudtextiel voor het label 'Seahorse' van de Koninklijke Weefgoederenfabriek (voorheen C.T. Stork & Co te Hengelo). Erica de Ruiter schiep fris, felgekleurd huishoudtextiel voor 'Nicolientje' bij Nico ter Kuile in Neede. Andere gerenommeerde handelsnamen waren 'Cinderella' van Stoomspinnerijen en Weverijen v/h S.J. Spanjaard in Borne en 'Favorita' van Van Heek & Co. in Enschede.

Felgekleurde tafellakens in blokmotief en oranje, groene en blauwe badkamerlakens kleurden sindsdien het huis. Hoewel de hoeveelheid huishoudtextiel afnam, bleef het belangrijk dat het dessin van de verschillende producten op elkaar was afgestemd. Droogdoeken met een appeltjesmotief in bruin behoorden gecombineerd te zijn met keukenhanddoeken in bruine blok. De verandering in het gebruik en de behoefte aan textiel in het huishouden, liep parallel aan de teloorgang van de textielindustrie in Nederland. Het kopen van een gehele uitzet was niet meer gebruikelijk. Eind jaren 1970 deed het dekbed zijn intrede en werden er ontwerpen gemaakt voor dekbedovertrekken. Placemats vervingen het tafelgoed.

Walra bleef vasthouden aan de persoonlijke verkoop aan huis met behulp van hiervoor opgeleide adviseuses. Uitgerust met een monsterkoffer bezochten zij de cliënten, voornamelijk jonge vrouwen, thuis en namen de bestellingen op. Daarbij werd het mogelijk om via een renteloos spaarsysteem de gehele uitzet in een keer te kopen en maandelijks een pakket binnen te krijgen in een waarde die van te voren was vastgelegd. Maandelijks vond ook de betaling plaats. Huishoudtextiel van andere firma's werd verkocht via Nederlandse warenhuizen als Gerzon, Vroom & Dreesmann en de Bijenkorf.

Na 1990: speciaal voor de man, vrouw
Vanaf de jaren 1990 trekken de (inmiddels sterk in aantal gereduceerde) Nederlandse textielfabrieken ontwerpers aan om op freelance basis collecties samen te stellen. Beppe Kessler en Barbara Broekman bijvoorbeeld ontwerpen dekbedovertrekken voor Auping / Ideens.
Het dekbedovertrek 'Africa Ebony' van Kessler is gedecoreerd met strepen en zigzagmotieven die associaties met Afrika oproepen. Kleur, dimensie en beweging zijn de trefwoorden die op Broekmans overtrekken van toepassing zijn. Mariëtte Wolbert ontwerpt speciaal voor de man het stoere, zwart gekleurde en in een mozaïekpatroon uitgevoerde keukengoed voor Elias Jorzolino in Neede. Jubilerende warenhuizen als de Bijenkorf en de HEMA nodigen ontwerpers uit om thee- en droogdoeken te ontwerpen. Met folders en advertenties wordt de consument benaderd.

Vanaf 2000 speelt de online verkoop een steeds grotere rol in de verkoop van huishoudtextiel. Postorderbedrijf Wehkamp, leider in de direct marketing, verkoopt zijn textiel vanaf 1996 online. In 2008 lanceert H&M in Nederland de wooncollectie met een groot aanbod aan huishoudtextiel. Bed- en badtextiel kan online worden besteld bij het Amersfoortse bedrijf Vandijck.

Het aanschaffen van een gehele linnenuitzet is niet meer van deze tijd, maar het kopen van functioneel, fraai en origineel huishoudgoed is wel (weer) in de mode. Het dessin van het product wordt belangrijk gevonden, vaak meer nog dan kwaliteit en duurzaamheid. Het textiel moet vooral een sfeer oproepen die past binnen een bepaalde lifestyle.

Tentoonstelling
De expositie in Tilburg toont naast een grote collectie huishoudtextiel van de afgelopen honderd jaar van verschillende toonaangevende ontwerpers en bedrijven, originele patroon- en ontwerptekeningen, prijscouranten, boekjes, foto's en films.

Ontwerpwedstrijd
Ook het Textielmuseum is producent van huishoudtextiel. Vanaf de jaren 1990 geeft het aan kunstenaars en ontwerpers opdrachten om ontwerpen voor tafelgoed te maken en deze uit te laten voeren op de machines in het TextielLab. Hieruit is inmiddels een omvangrijke en bijzondere museumcollectie ontstaan. Op de tentoonstelling wordt een aantal ontwerpen en producten gepresenteerd.

Daarnaast schrijft het museum ter gelegenheid van de tentoonstelling KRAAKHELDER een ontwerpwedstrijd uit onder academiestudenten voor het ontwerpen van huishoudgoed. De winnende ontwerpen worden daadwerkelijk uitgevoerd op de machines in het TextielLab.

TextielShop
In de TextielShop van het museum is divers huishoudtextiel te koop. De meeste producten zijn gemaakt in het TextielLab. 'Vers van de machine’ komt in het voorjaar van 2010 een serie vrolijke theedoeken naar ontwerp van Leendert Masselink, waarin kabouters de hoofdrol spelen.

KRAAKHELDER - 100 jaar huishoudtextiel is samengesteld door gastconservator, tevens freelance kunsthistoricus, Rosalie van Egmond. Bij de tentoonstelling verschijnt een door haar geschreven publicatie. Het ruimtelijk en grafisch ontwerp van de tentoonstelling ligt in handen van M/vG ontwerpers te Breda.
< Terug naar Agenda Totaal overzicht