Vlak- en rondbreimachines
Bij vlakbreimachines staan de naalden horizontaal in een rechte lijn naast elkaar. De draad wordt met een bewegend deel - de slede - langs de naalden geleid. Het breisel dat ontstaat komt aan de naalden te hangen. Sjaals en vlakke lappen stof worden op dit type breimachine geproduceerd.
Rondbreimachines hebben de naalden verticaal in een cirkel staan. De machine produceert kokervormige stoffen zonder naad.
Gespecialiseerde breimachines, zoals de computergestuurde Knit & Wear breimachine en de handschoenbreimachine, kunnen een ruimtelijk, driedimensionaal breisel produceren. Dit wil zeggen dat ze een kant-en-klare trui of handschoen kunnen breien, die niet meer in elkaar genaaid of afgewerkt hoeft te worden.
Het breien van patronen
Een aantal breimachines kan verschillende combinaties maken met de lussen en naalden tijdelijk buiten werking zetten of extra toevoegen. Hierdoor is een machine in staat om diverse steken en patronen te breien. Voorbeelden zijn gaatjes in een breisel of het breien van kabels, zoals bij een visserstrui.
Ook zijn sommige machines in staat om met verschillende kleuren in één breisel te werken.
Het breien van patronen met verschillende structuren en kleuren gebeurt met jacquardbreimachines. De mechanisch aangestuurde machines werken met ponskaarten en metalen strips. De kaarten en strips zorgen er voor dat de machine een patroon kan breien en geven aan welke kleur aan de beurt is.
De computergestuurde breimachines worden aangestuurd door een Cad/Cam-systeem. Dit is een computerprogramma waarmee een ontwerp wordt vertaald naar het gewenste breipatroon.