Van Tilburg naar Japan

Van Tilburg naar Japan

In maart werd hoofd MuseumZaken Geertje Jacobs door Dutch Culture benaderd met de vraag of ze mee wilde op een studiereis naar Japan ter gelegenheid van de viering van het 400-jarig bestaan van de band tussen Nederland en Kyushu. Dutch Culture is een organisatie die het Nederlandse beleid op het gebied van cultuur internationaal uitdraagt. Ze ondersteunen ambassades en projecten met het oog op het versterken van de banden tussen de diverse landen. Hieronder volgt haar verhaal.

Het Kyushu-Nederland project duurt twee jaar en heeft verschillende onderdelen:

  • Het renoveren van het erfgoed op Deshima in Nagasaki;
  • De samenwerking tussen de Saga provincie en Nederland, met name de lancering van een nieuwe serie van het Arita porselein (Scholten en Baijings);
  • De uitwisseling van kennis rondom ambacht en het presenteren van het Japanse vakmanschap in Nederland tijdens MONO Japan;
  • Het herstellen van de oude handelsroute door opnieuw zeilboten vracht te laten vervoeren tussen Nederland en Japan.

Onze reis paste in het project rondom ambacht. De vraag die daarbij centraal stond was: Op welke manieren gaan Japan en Nederland om met het in stand houden en innoveren van ambacht? Er werd een expertmeeting georganiseerd waarin we de onderwerpen educatie,  innovatie, behoud en zichtbaarheid bespraken en de verschillen en overeenkomsten tussen de partijen aan bod kwamen.

Werkplaatsen

De dagen voor en na de expertmeeting bezochten we verschillende werkplaatsen:
Een indigo ververij, een vliegermaker en een wierrook werkplaats.  We spraken hier met verschillende mensen die of zelf een vak uitoefenen of de ambachtslieden helpen om hun werk zichtbaar te maken en te verkopen. Deze bezoeken en gesprekken waren ongelofelijk bijzonder. We zijn vreselijk gastvrij ontvangen en mochten een kijkje nemen in de levens van deze mensen, die soms al 30, 40, 50 jaar met hetzelfde vak bezig zijn.

Deze ambachtslieden zijn al redelijk op leeftijd en onderwerp van gesprek is en blijft hoe je nieuwe, jonge mensen kan vinden, die naar de provincie willen verhuizen en zich volledig willen toewijden aan het leren van een vak.  De Japanse overheid heeft diverse programma’s uitgezet en middelen beschikbaar gemaakt om jonge mensen weer naar de provincie te krijgen.

De vliegermaker en de wierrookmaker hebben geen familielid om het bedrijf over te nemen. Al binnen vijf tot tien jaar gaan er veel werkplaatsen verloren en daarmee ook unieke kennis en erfgoed. Deze mensen zijn zo één met hun vak, de werkplaats en de voorwerpen die ze maken, als je daar bent voel je meteen dat het op korte termijn vinden van een vervanger een haast onmogelijke opgave is.

De mensen die ik gesproken heb zijn op verschillende manieren bezig om deze tendens om te keren. Er is niet een gouden aanpak, er zijn diverse invalshoeken.

In Japan kan je als persoon ook tot erfgoed worden bestempeld. Dit is van toepassing op de absolute top van het vakmanschap, vaak oude, adellijke families, zoals de Kakiemon. Deze mensen krijgen subsidie, maar moeten zich houden aan strenge richtlijnen en tradities. Ze moeten werken maken in de traditie van hun voorouders, met dezelfde technieken en motieven. Deze meesters kunnen zich slechts onderscheiden van hun voorgangers in de details. Binnen deze groep is innovatie niet van toepassing. Deze constructie lijkt nog het meest op onze gildes uit de 16e eeuw.


Expertmeeting

Tijdens de expertmeeting waren de meningen verdeeld of dit nu positief is voor het ambacht of juist niet. Mijn indruk was dat met name de jongere generatie behoefte heeft aan een meer open manier van werken, zodat het ambacht ook kan groeien en mee gaat met de tijd. Dit lijkt mij ook een gezonde instelling en ik ben er van overtuigd dat je mee moet met je tijd en met technische ontwikkelingen om het ambacht levend te houden. Ik vind het een raar idee dat je op een gegeven moment besluit de tijd te bevriezen en geen verandering van stijl of techniek toelaat. Innovatie en vernieuwing doet, in mijn ogen, geen afbreuk aan het ambacht, maar helpt het juist vooruit.

Arita project

Het Arita project is een voorbeeld waarbij men voorzichtig zoekt naar nieuwe toepassingen voor het vakmanschap. Arita heeft het Nederlandse ontwerpersduo Scholten & Baijing gevraagd om samen te werken met hun meesters. De mensen van de provincie en van de stad Arita hebben goed aangevoeld dat ze iets van buiten moesten halen om de kwaliteit en expertise van de keramiekwerkplaatsen nieuw leven in te blazen. De collectie is net gepresenteerd tijdens de designweek in Milaan en is zeer goed ontvangen. Het komend half jaar is een deel van deze objecten te zien in het Rijksmuseum en in het Arita huis, dat ter gelegenheid van deze samenwerking eind april is geopend in Amsterdam.

Ambacht en innovatie

Dit was voor mij een ongelooflijk bijzondere reis. Er zijn veel en leuke contacten gelegd en we kijken nu naar de mogelijkheden voor samenwerking in de toekomst.  Daarnaast was het voor mij ook een les in nederigheid. Het ambacht dat wij in Nederland hebben, is met geen mogelijkheid te vergelijken met het vakmanschap van de Japanse meesters. We maken dekens, wandkleden, klompen, touwen, borduren, smeden etc. en dat vraagt om jarenlange oefening en geduld, maar het Japanse materiaal gebruik, de filosofie erachter, de tijdsinvestering en de fijnheid van het werk brengt het niveau van het vakmanschap naar een ander level. Aan de andere kant zijn wij wel vooruitstrevender en innovatiever bezig met de manier waarop we het ambacht blijven gebruiken en producten maken die aansluiten bij de huidige markt. Volgens mij ligt in deze verschillen ook de kracht voor samenwerking in de toekomst.

Geertje Jacobs
Hoofd MuseumZaken

De volgende organisaties hebben Japan bezocht:
Dutch Culture, Japan
Holland Kyushu
Crafts Council
ArtEZ hogeschool voor de kunsten
Cor Unum